Mijn manier van lezen



Mijn manier van lezen en herlezen vraagt om enige toelichting en commentaar:
Allereerst moet ik duidelijk maken wat ik onder lezen versta. Het is een subjectieve bezigheid, zoals schrijven er een is. Het is zich verdiepen in een tekst om er uit te halen wat van je gading is. Het is dus een vorm van selecteren en kiezen, een vorm van zich voeden en het is niet noodzakelijk of nuttig dat je alles eet. Dat wil nog niet zeggen dat je hineininterpretiert of uit de tekst neemt wat er niet werkelijk in zit. Wel, als het even kan, dat je er een nieuw en onverwacht perspectief uit haalt.


Augustinus blijkt steeds weer een bron om zich op te heroriënteren. Dat is ook mijn idee. Ook ik probeer nieuwe inspiratie te putten uit het werk van Augustinus en heb daarbij de ambitie dat het de mogelijkheid biedt een nieuwe benadering te formuleren van de religieuze dimensie in de mens.

Ik doel hier op Augustinus’ denken over de innerlijkheid. Ik zeg hier: een nieuwe benadering, voor zover ik meen dat we sinds lang in een religieuze impasse zijn geraakt die voortduurt tot op de dag van vandaag en die we vanuit een nieuwe inspiratie zouden kunnen doorbreken. Maar ik ben me bewust dat die benadering een oude is, een die dichter staat bij de oorsprong van de religieuze inspiratie. Vandaar dat ik Augustinus probeer te herlezen om die elementen uit zijn werk te lichten die me voor de huidige situatie van belang lijken.

Ik vermeldde al: lezen is selecteren, en selecteren is kiezen. Ik kies uit mijn interesse en daarbij laat ik veel van wat ik niet interessant vind liggen. Ik doe misschien Augustinus in zijn totaliteit geen recht, maar ik probeer wel degelijk achter zijn inspiratie te komen.


Het werk van Augustinus biedt mogelijkheden tot vele interpretaties. Velen hebben zich op zijn werk beroepen en vaak in richtingen die ons nu dubieus lijken. Er blijken veel augustinismen te bestaan. Ik zal me daar niet te veel in verdiepen en maar mijn eigen intuïtie volgen.

Ik probeer terug te gaan naar wat me vanaf het begin in hem geboeid heeft. Daarbij doe ik beroep op een instantie, die Augustinus de magister interior noemt, de innerlijke leraar. Ik vertrouw erop dat hij me in de goede richting zal leiden.


Eigenlijk weet je alles al. Alle kennis is in principe in je. Dus geen kerk, geen pastor, ook geen goeroe nodig om je dat alles te vertellen. Wat ze hoogstens kunnen doen is je attent maken op die kennis die in je leeft.